Ik kijk naar de zee en zucht. Ik had écht bedacht om vandaag een bepaald stuk van mijn boek af te hebben. Blijkbaar kijk ik zo bedrukt dat een ober zich geroepen voelt om te vragen of het goed met me gaat. We kletsen over de zee, wind, mediteren, inspiratie en ervoor zorgen dat je hersenen geen overuren draaien. Allemaal dingen die ik al lang weet, al vaker ervaren heb en toch laat ik me verleiden tot ‘dit moet nu af’.

Ik vertel hem dat ik straks een lange strandwandeling ga maken. Hij zegt: ‘de wind begint aan te trekken, je zult zien dat de inspiratie komt, vergeet je notitieboek niet mee te nemen’. Ook voegt hij er nog aan toe dat ik mijn telefoon weg moet leggen ‘want je kan geen twee dingen tegelijk’.
Ik schiet in de lach. Omdat hij me opvrolijkt, maar ook omdat hij me alleen maar dingen vertelt die ik al lang wist. Maar waarvoor ik vandaag blijkbaar te koppig ben om ze uit te voeren.

Ik zet mijn telefoon op flight mode. Hij steekt zijn hand uit, pakt de mijne en zegt: ‘Hakuna matata, no stress.’ Wat een vriendelijk gebaar. En alsof het zo moet zijn, weet ik ineens hoe ik verder moet met mijn boek.