LITTLE MISS PERFECT – HET GEVAAR VAN PERFECTIONISME

Perfectionisme is iets anders dan je best doen of zorgen dat alles op een goede manier verloopt. Perfectionisme is een schild dat ons zogenaamd beschermt. Tegen schaamte. Want als je perfect bent, maak je geen fouten. En dan kun je ook niet voor aap staan en hoef je je dus niet te schamen. Dus perfectionisme beschermt je. Denken we. Ik in ieder geval wel. Maar dat is een illusie.

         Perfectionisme is bij mij pas op latere leeftijd hardnekkig geworden. Van mijn ouders kreeg ik de overtuiging mee dat je goed je best moest doen. Het zaadje is daar geplant. Pas toen ik ouder werd en in situaties terecht kwam waar ik geen grip op had of leek te hebben, kreeg ik er last van.

         Vlak voordat ik aan het werk ging liep ik nog een tweede keer stage. Omdat dit goed zou staan op mijn cv, omdat ik niet zo goed wist wat ik wilde en het was een mooie manier om de beslissing wat ik na mijn studie moest gaan doen nog even uit te stellen. Het kantoor in Amsterdam stond erom bekend dat ze niet zomaar iedereen stage lieten lopen. Maar ik werd na twee pittige gesprekken aangenomen en ging aan de slag. Al snel waren er een paar momenten dat ik me oprecht afvroeg of ik daar wel wilde werken, bijvoorbeeld als mijn kamergenoot vertelde dat hij van het hockeyveld af geroepen was om naar kantoor te komen op zondagmiddag; of mijn andere kamergenoot die net vader was vertelde dat hij tot vier uur ’s nachts had doorgewerkt; als ik tussen drie enorme stapels papier zat. Ik was soms onzeker over mijn prestaties en dat stimuleerde mijn drang om er wél bij te horen alleen maar meer. Dít wilde ik. Dacht ik. Ondanks dat ik mezelf dus een paar keer afvroeg of ik wel zulke belachelijk lange dagen wilde werken. En ik al dat papierwerk eigenlijk ook niet zo leuk vond. Ik werd eigenlijk heel ongelukkig van al die regels en dat nadenken en het op een goede manier op papier zetten. En toch bleef ik mezelf overtuigen dat dít was wat ik wilde. Want zo kon ik meedoen met de rest en ook een mooi salaris verdienen. Iedereen in mijn omgeving wilde wel een baan als deze. Mijn beoordeling verliep anders dan ik me had voorgesteld. ‘We zijn enorm tevreden over je en je krijgt het eindcijfer acht. Als je zelf zeker weet dat je advocaat wil worden, ben je van harte welkom om te solliciteren, maar wij denken niet dat je het wilt. Dat je beter iets heel anders kunt gaan doen’. In de trein terug hield ik met moeite mijn tranen tegen. Maar heel snel realiseerde ik me ook dat hij gelijk had. Ik wilde helemaal niet urenlang overwerken bedolven onder juridische papieren. Maar wat dan wel? Ik koos voor een carrière in de recruitmentwereld. Na twee jaar stapte ik over naar human resources. Daar werkte ik met veel plezier, maar het gevoel te hebben gefaald en er niet bij te horen omdat ik geen advocaat was geworden kwam af en toe bovendrijven. Stapje voor stapje ging ik meer streven naar perfectie, met name om niet buiten de boot te vallen. In mijn werk had ik steeds het geluk dat ik functies beoefende die ik best leuk vond of waar ik goed in was, dus ondanks enige onzekerheid ging het me allemaal prima af. 

         Uiteindelijk kreeg ik de baan bij Karel, waar ik al heel snel ontdekte hoe het voelde om geen controle te hebben. Ik kreeg het niet voor elkaar om overzicht te krijgen en zette het mechanisme perfectionisme voor de volle honderd procent in. Om te voorkomen dat ik niet goed genoeg zou zijn. Om te voorkomen dat mensen iets van me zouden vinden. Een aantal mensen die al in het bedrijfsonderdeel werkten was afgewezen en ik had uiteindelijk de baan gekregen. Dat legde een extra druk op mij. Ik moest het extra goed doen. Dacht ik. Nog voordat ik een minuut gewerkt had gewerkt, zat die overtuiging al in mijn hoofd.

         De start was rommelig door een samenloop van meerdere omstandigheden. Ik had de overtuiging dat ik controle moest krijgen. Want dan kun je niet falen en hoef je je niet te schamen. Die chaos in mijn hoofd creëerde ik zelf. Ironisch genoeg is het bizar lastig om perfect werk af te leveren als je geen overzicht hebt en je minder goed bent in de dingen die je doet. Het streven naar perfectionisme was dus letterlijk een recept voor een drama en ik legde de lat steeds hoger. Ik had geen enkele compassie voor mezelf. 

            Veel mensen denken dat perfectionisme een oplossing is. Immers, als je perfect bent, is er niets aan de hand. Ook ik leefde ook in die veronderstelling. Door de helikopter op te laten stijgen en bewust naar mijn gedachten te kijken kon ik zien wat er echt aan de hand was. En kwam ik tot de conclusie dat perfectionisme me niet kon beschermen. En dat er ook helemaal niemand is die van me verwacht dat ik perfect ben.

In haar boek Big Magic beschrijft Elizabeth Gilbert hoe je je creativiteit kunt laten stromen. Een belangrijke sleutel hierbij is om angst niet de overhand te laten nemen. Ze stelt dat perfectionisme slechts een haute couture versie van angst is. Met designer schoenen en een dure bontjas doet ze alsof ze in control is terwijl ze eigenlijk doodsbang is. Want onder al die opsmuk zit er niet meer dan een existentiële angst die elke keer weer zegt: ‘Ik ben niet goed genoeg en ik zal nooit goed genoeg zijn.’ Gilbert waarschuwt voor het meest gemene trucje van perfectionisme: het vermomt zich als een deugd. Je ziet dit bijvoorbeeld terugkomen in sollicitatiegesprekken, waar het als een goede eigenschap wordt benoemd.

         Perfectionisme is lange tijd mijn vijand geweest. En nu het toch tijd is om alle maskers af te gooien: perfectionisme zit me soms nog steeds dwars. Op momenten dat ik niet lekker in mijn vel zit, komt het meteen even buurten om te kijken hoe het met me gaat en of het nog invloed op me uit kan oefenen. En ja, dat kan het. Tijdens het schrijven van dit boek kwam het regelmatig langs. Maar ook in mijn huidige beroep. Lange tijd vond ik dat ik geen stress meer mocht hebben of ervaren. Ik help mensen bij het voorkomen of verminderen van stress, dus ik vond dat ik dat zelf niet meer hoorde te hebben. Dat is natuurlijk onzin. Ik ben een mens, ik heb angsten en verdriet en dat levert soms stress op. Ik ben niet perfect in het zijn van ‘niet-perfect’. Sterker nog; ik ben imperfect in het zijn van niet-perfect. Ik maak er soms nog steeds een bende van. En ook dát is zoals het is.

 

Dit is een hoofdstuk uit mijn boek Zout water – hoe een burn-out mijn grootste cadeau werd. Meer lezen? Je kunt het hier bestellen!